Patella luxatie

Patellaluxatie

Patellaluxatie is een aandoening van de knie waarbij de knieschijf (patella) uit de groeve zit of er makkelijk uitgeduwd wordt. Dit hoeft niet altijd tot problemen te leiden indien de knieschijf weer terug in de groeve kan glijden en in de groeve blijft. De aandoening kan ontstaan na trauma waarbij er veel kracht op de knie komt, waarbij tegelijkertijd ook een gescheurde kruisband kan ontstaan. Meestal is het echter een ontwikkelingsprobleem: tijdens de groei wordt bij sommige dieren de groeve niet voldoende diep aangelegd of is er een misvorming in het onderbeen waardoor de patellapees niet in de het midden van het been aanhecht, maar aan de zijkant. Daardoor trekt de pees de patella naar de buitenkant (bij grote honden, die vaker X-benen hebben) of binnenkant (bij kleine honden en katten, die vaker O-benen hebben). Vaak is de aandoening bij beide achterpoten aanwezig.

De klachten bij patellaluxatie zijn vooral het tijdelijk optrekken van de achterpoot. Vaak zijn er daarna weer lange periodes zonder klachten. Massage van de knie kan in veel gevallen helpen, doordat de knieschijf door het wrijven en bewegen van de achterpoot weer terug in de groeve kan schieten. Soms kunt u als eigenaar de knie voelen knikken. Meestal wordt de aandoening geleidelijk erger, maar in een enkel geval kan trauma of overbelasting de klachten acuut verergeren.
Patellaluxatie wordt ingedeeld in verschillende graden van 1 tot 4. Bij graad 1 glijdt de knieschijf soms uit de groeve, maar springt na een paar passen weer op de juiste plaats, waardoor de hond (of kat) weer normaal kan lopen. Bij graad 4 is de knieschijf naast de groeve gefixeerd en kan hij niet meer in de groeve gedrukt worden.
In veel gevallen in behandeling niet nodig. Dit is voornamelijk het geval bij kleine rassen, waarbij patellaluxatie relatief vaak voorkomt en het meestal als een toevalsbevinding opgemerkt wordt tijdens een algemene controle. Er is dan sprake van patellaluxatie graad 1. Indien de hond er echter meer last van heeft of als de knieschijf zo vaak heen en weer schuift dat de ontwikkeling van artrose snel zal gaan, dan is chirurgie nodig om de klachten te verminderen en artrose te voorkomen.

Er kunnen drie correcties uitgevoerd worden, afhankelijk van de ernst van de aandoening:

  1. Imbricatie: dit is het opspannen van het kapsel dat de knie bedekt. Door de spanning kan de zijwaartse beweging van de knieschijf beperkt worden. Dit is echter zelden voldoende om het probleem volledig op te lossen. Het kan wel als extra ingreep toegepast worden om onderstaande corretcies te ondersteunen.
  2. Verplaatsing van de beenpunt waarop de kniepees aanhecht. Hierbij wordt de afwijkende positie van de beenpunt gecorrigeerd: bij grote honden staat deze punt vaak te ver naar buiten en zal dus naar binnen verplaatst worden, bij kleine honden en katten wordt de beenpunt juist naar buiten verplaatst, zodat de knieschijf niet meer opzij getrokken wordt uit de groeve.
  3. Uitdiepen van de groeve: als de knieschijf uit de groeve kan glijden, betekent dit dat de groeve niet diep genoeg is. Om dit te verhelpen kan er een laagje uit de groeve verwijderd worden, zodat het niet meer mogelijk is om over de zijwanden van de groeve te glijden.

De prognose na de operatie is goed tot matig. In de meeste gevallen geneest de hond zeer goed na de operatie, maar wanneer de benen sterk misvormd zijn, kan het zijn dat de operatie niet voldoende effect heeft. Vaak is dit van te voren goed in te schatten door het maken van röntgenfoto’s.

Indien uw hond of kat geopereerd moet worden vanwege patella luxatie, kan dat bij ons in de praktijk gebeuren. We nemen dan contact op met de specialist die binnen enkele dagen tot weken uw dier zal opereren.